Circulaire toekomst: milieukosten naar nul

Gepubliceerd op 3 april 2022 om 12:36

De circulaire beweging in Nederland heeft last van enige spraakverwarring. Hoe lossen we dat op en hoe krijgen we de neuzen dezelfde kant op? Wat is die kant precies? En waar kunnen we vandaag mee beginnen? Hans Korbee geeft uitleg.

De Transitieagenda Circulaire Bouweconomie heeft als einddoel een bouweconomie die in 2050 volledig circulair is en in 2030 moeten we al halverwege zijn. Tegelijkertijd is er op dit moment sprake van de bouw van een miljoen woningen. Dat lijkt nogal tegenstrijdig. In de week van de circulaire economie gonsde het van de initiatieven, projecten en discussies, ook voor de bouw. De brede aandacht voor circulair bouwen is grote winst, maar nadere analyse laat zien dat er nogal wat spraakverwarring optreedt.

De spreekwoordelijke Babylonische spraakverwarring had in de oudheid tot gevolg dat ieder zijns weegs ging. Voor een geslaagde transitie is juist betrokkenheid van en samenwerking tussen alle stakeholders essentieel. Hoe krijgen we dit voor elkaar en hoe krijgen we de neuzen dezelfde kant op? Wat is die kant precies? En waar vandaag mee te beginnen?

Dominant

Januari 2018 heeft het Transitieteam de Transitieagenda voor de Circulaire Bouweconomie aangeboden aan het kabinet, de Tweede kamer en de ondertekenaars van het Grondstoffenakkoord. Deze agenda beoogt een bouweconomie die in 2050 ‘volledig circulair’ is. In 2030 moet de helft van de einddoelstelling zijn gerealiseerd. Overigens wijkt het Transitieteam hiermee bewust af van de algemenere lijn van het ministerie I&W, dat voor 2030 een halvering van het gebruik van primaire grondstoffen beoogt.

In de bouw zijn het gebruik van de grondstoffen zand en grind zwaar dominant. Een halvering van dit gebruik in 2030 is niet alleen onrealistisch maar ook vanwege de relatief lage milieu-impact van deze materialen een weinig zinvolle doelstelling. Lees hierover mijn post Niet omdat het beton opraakt van 9 april 2021. Daarom heeft het Transitieteam gekozen voor de formulering: ‘In 2050 volledig circulair en in 2030 halverwege’.

Definitie

Het Transitieteam kwam in 2018 na intensieve discussies tussen alle leden van het transitieteam ook met deze definitie: “Circulair bouwen betekent het ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken van gebouwen, gebieden en infrastructuur, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Bouwen op een wijze die economisch verantwoord is en bijdraagt aan het welzijn van mens en dier. Hier en daar, nu en later”.

Met deze definitie sluit het Transitieteam aan bij de Europese Norm EN 15804 en het denken in integrale milieukosten, zoals gehanteerd in LCA-berekeningen. Ook onderkent de definitie het gevaar van afwenteling, geografisch en in de tijd. Daarnaast moet de situatie economisch verantwoord, dus volhoudbaar zijn. Inmiddels is de definitie door tal van koplopende partijen overgenomen.

Spraakverwarring belemmert samenwerking

Transities leiden altijd tot spraakverwarring. Partijen denken dezelfde taal te spreken, maar dat blijkt toch niet altijd het geval. Omdat circulair bouwen zoveel fasen omvat - van winning van grondstoffen tot hergebruik na einde levensduur - én zoveel rollen - van ontwikkelaar tot bewoner en van bouwer tot financier - kost het tijd en moeite om een gemeenschappelijke taal en begrippenkader te ontwikkelen en eigen te maken.

Vaak worden middelen en doelen verward: een langere levensduur, waardebehoud, minder gebruik van grondstoffen zijn allemaal mogelijke middelen om de milieudruk te verminderen, maar zijn niet het einddoel.

De invloed van het winnen en verwerken van grondstoffen op de biodiversiteit is al voor grote delen in beeld gebracht. Zorgvuldige winning van zand, grind, klei en hout kan leiden tot meer biodiversiteit. Maar wat als met deze materialen een woonwijk wordt gebouwd in een weiland. Of in een natuurgebied? En wat is de invloed van het wijkontwerp daarbij?

Partijen blijken het vaak ongemerkt over verschillende schaalniveaus te hebben – grondstof, product, bouwdeel, gebouw, gebied. Wat bijvoorbeeld op productniveau correct is - 'dit product is herbruikbaar' - blijkt op gebouwniveau helemaal niet waar te zijn, omdat het alleen met grote schade is los te maken.

Lees het uitgebreide betoog van Hans Korbee verder in ons gratis digitale magazine Circulariteit.

Bron: Duurzaam Gebouwd


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.